Welke EI30/EI60-certificeringen zijn vereist voor Belgische kantoren of magazijnen ?

Foto van Femke de Wit
Femke de Wit

Content Writer

Brandveiligheid neemt een centrale plaats in bij het ontwerp van bedrijfsgebouwen in België. Of het nu gaat om kantoren, magazijnen of logistieke platforms, de wettelijke vereisten leggen strikte beperkingen op aan de bouwkeuzes. Onder deze vereisten komen de EI30- en EI60-certificeringen regelmatig voor bij conformiteitsstudies en vergunningsaanvragen.

Deze classificaties bepalen het vermogen van een bouwelement om gedurende een bepaalde tijd bestand te zijn tegen brand. Een verkeerd begrip van deze normen kan dan ook leiden tot weigeringen bij controles of vertragingen in de exploitatie. Daarom is het belangrijk om de reikwijdte ervan te begrijpen, zodat u kunt anticiperen op de verplichtingen en late aanpassingen kunt vermijden.

 

Het principe van EI-certificeringen in de brandveiligheidsvoorschriften

EI-certificeringen zijn gebaseerd op een geharmoniseerde Europese logica, die de brandwerendheid van bouwelementen die in bedrijfsgebouwen worden gebruikt, regelt. In dit kader maakt inzicht in de EI30- en EI60-certificeringen in België het mogelijk om de eisen die van toepassing zijn op kantoren en magazijnen duidelijk te situeren, rekening houdend met zowel de technische criteria als de verwachtingen van de brandweer bij de analyse van projecten.

De duur van de certificering komt overeen met de tijd gedurende welke deze prestaties worden gegarandeerd. Een EI30-certificering betekent dus dat het geteste element zijn eigenschappen gedurende dertig minuten behoudt. Een EI60-certificering verlengt deze bescherming daarentegen tot een volledige uur.

Deze resultaten zijn niet gebaseerd op theoretische schattingen. Ze zijn afkomstig van gestandaardiseerde tests die zijn uitgevoerd in een erkend laboratorium. Bijgevolg zijn de afgegeven rapporten documenten die vereist zijn bij wettelijke controles.

 

Vereisten voor kantoorgebouwen

In kantoorgebouwen zijn EI-certificeringen in de eerste plaats bedoeld om een veilige evacuatie te garanderen. Deze ruimtes worden namelijk continu door werknemers gebruikt. De prioriteit is dan ook om een beginnende brand lang genoeg in bedwang te houden om een veilige evacuatie mogelijk te maken.

In de meeste gevallen is een EI30-weerstand vereist voor scheidingswanden. Bovendien hebben brandwerende deuren in interne gangen vaak hetzelfde niveau. Deze drempel maakt het mogelijk om de verspreiding te beperken en tegelijkertijd compatibel te blijven met tertiaire toepassingen.

Wanneer het gebouw echter meerdere verdiepingen heeft of een hoge bezettingsgraad, kunnen de eisen veranderen. In dat geval kunnen versterkte trappenhuizen en evacuatiezones een EI60-certificering vereisen. Deze keuzes worden dan in overleg met de bevoegde brandweer gevalideerd.

 

Bijzonderheden van magazijnen en logistieke gebouwen

Magazijnen hebben een heel ander risicoprofiel dan kantoren. In de praktijk hebben de opgeslagen volumes, de aard van de goederen en de hoogte van de ruimtes een directe invloed op de regelgeving. Een ongecontroleerde brand kan zich onder deze omstandigheden snel over grote oppervlakken verspreiden.

Daarom wordt de EI60-certificering vaak als referentie gebruikt. De scheidingswanden moeten dan de verspreiding van het vuur tussen logistieke cellen beperken. Deze weerstandstijd biedt voldoende tijd voor de hulpdiensten om in te grijpen en de locatie veilig te stellen.

Industriële brandwerende deuren zijn aan dezelfde eisen onderworpen. Met andere woorden, een deur die te klein is in verhouding tot de muur kan het hele systeem in gevaar brengen. De algehele consistentie van de gecertificeerde elementen blijft dus bepalend bij inspecties.

 

Rol van de autoriteiten en lokale interpretatie van de normen

De brandveiligheidsvoorschriften in België zijn gebaseerd op een gestructureerd kader, maar laten ruimte voor lokale interpretaties. De gewesten beschikken over een zekere speelruimte bij de toepassing ervan, afhankelijk van het type gebouw en het gebruik ervan. In dit kader treedt de lokale brandweer op als validatie-instantie.

Haar advies is gebaseerd op de analyse van de plannen, de werkelijke activiteit en de geïdentificeerde risico’s. Dit advies is dan ook bepalend voor de toekenning van de vergunning of de exploitatievergunning. Het gaat dus niet om een loutere administratieve formaliteit.

Architecten en studiebureaus vertalen deze eisen vervolgens in concrete oplossingen. Ze selecteren gecertificeerde materialen en controleren of deze compatibel zijn met het project. Elke keuze moet dan ook technisch verantwoord zijn.

 

Invloed van de activiteit en de opgeslagen materialen

Het vereiste certificeringsniveau hangt ook af van de activiteit die in het gebouw wordt uitgeoefend. Een magazijn waar brandbare producten worden opgeslagen, vormt bijvoorbeeld een verhoogd risico. Een ruimte waar inert materiaal wordt opgeslagen, brengt daarentegen een ander gevaar met zich mee.

De autoriteiten houden dus rekening met de werkelijke brandlast van de locatie. Aan de hand van deze analyse kunnen de eisen worden aangepast zonder een uniforme regel toe te passen. In sommige gevallen is een EI60-certificering onontbeerlijk, zelfs op beperkte oppervlakken. Deze aanpak is er dus op gericht een bescherming te garanderen die in verhouding staat tot het risico. Ze versterkt de samenhang tussen de wettelijke veiligheidsvoorschriften en het werkelijke gebruik van het gebouw.

Het integreren van EI-certificeringen aan het einde van een project leidt echter vaak tot complicaties. Aanpassingen na de bouw zijn duur en tijdrovend. Ze kunnen ook de opening of de exploitatie van het gebouw vertragen.

Als daarentegen vanaf het ontwerp rekening wordt gehouden met deze eisen, verloopt de communicatie met de autoriteiten soepeler. De gekozen oplossingen passen dan beter in de architectuur. De deadlines en budgetten blijven dan beter beheersbaar.

Ten slotte biedt deze anticipatie de exploitant juridische zekerheid. Een duidelijke conformiteit beperkt de risico’s in geval van controle of schade. Het draagt ook bij aan de waardestijging van het gebouw op lange termijn.

De EI30- en EI60-certificeringen structureren de brandveiligheid van kantoren en magazijnen in België. Ze vertalen eisen die zijn aangepast aan het gebruik en de reële risico’s. De toepassing ervan hangt af van het type gebouw, de activiteit en de lokale regelgeving.

Daarom blijft een proactieve, gedocumenteerde en coherente aanpak de beste garantie voor conformiteit. Ze beschermt de bewoners, de goederen en de aansprakelijkheid van de exploitant.

Tags en Categorieën: